Ontwikkelingen na Prinsjesdag/Wijzigingen in de werkkostenregeling

Gepubliceerd: 18-12-2019, laatst gewijzigd: 18-12-2019

1. Vanaf 2020 meer vrije ruimte

Al eerder dit jaar liet het kabinet weten van plan te zijn de vrije ruimte van de WKR te willen vergroten. Dit voornemen vloeide voort uit een evaluatie van de WKR in 2018, die duidelijk maakte welke knelpunten voor werkgevers in het MKB speelden rond de WKR.

Tweeschijvenstelsel
Er komt een tweeschijvenstelsel in de berekening van de vrije ruimte: over de eerste
€ 400.000 van de fiscale loonsom van de organisatie wordt de vrije ruimte 1,7%, boven dit bedrag blijft het percentage 1,2%. De maatregel maakt nu ook echt deel uit van het Belastingplan 2020.

Voordeel voor kleine werkgevers
De verruiming bezorgt vooral kleinere werkgevers met een lage fiscale loonsom meer ruimte om onbelaste voordelen uit te reiken. De verruiming van 1,2% naar 1,7% levert
€ 2.000 extra vrije ruimte op: 0,5 procentpunt van € 400.000. Als uw organisatie over datzelfde bedrag 80% eindheffing zou moeten betalen, zou u dat € 1.600 kosten. Bij een loonsom van € 400.000 kunt u in de nieuwe situatie € 6.800 onbelast vergoeden (i.p.v.
€ 4.800 nu). Als u de grens van de vrije ruimte dreigt te overschrijden, valt er dus voordeel te halen met de verhoogde vrije ruimte.

2. Meer tijd voor aangifte/afdracht eindheffing

Bij overschrijding van de vrije ruimte, bent u 80% eindheffing verschuldigd. Nu is het nog zo dat u deze eindheffing uiterlijk tegelijk met de eerste aangifte van het volgende kalenderjaar moet aangeven en betalen. Vanaf 2020 krijgt u een aangiftetijdvak langer de tijd om de eindheffing van de werkkostenregeling aan te geven. U heeft dan dus t/m het tweede aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar om nog tijdig aangifte te doen en de afdracht te betalen.

3. Nieuwe berekening waarde producten uit eigen bedrijf

Met ingang van 2020 verandert de wijze van berekenen van de waarde van de vergoeding of verstrekking van producten uit uw eigen bedrijf aan werknemers. Nu is het nog zo dat de derdenprijs (zie hierna) bepalend is, maar dat wordt de waarde in het economisch verkeer.

Korting: gerichte vrijstelling
U mag werknemers onbelast korting geven op producten uit het eigen bedrijf. Dit wordt dan gezien als loon in natura. U "betaalt" dit voordeel uit dienstbetrekking immers niet uit in geld, maar in natura. Tot een bepaald normbedrag is deze korting gericht vrijgesteld. Ze gaan dan dus niet ten koste van de vrije ruimte, maar gelden als gerichte vrijstelling. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
- de producten zijn niet branchevreemd;
- de korting of vergoeding is per product maximaal 20% van de waarde van dit product in het economisch verkeer;
- de kortingen of vergoedingen bedragen in het kalenderjaar samen niet meer dan € 500. Gaat u over dat bedrag heen, dan kunt u het bovenmatige deel aanwijzen als onbelast eindheffingsloon (voor zover het nog in de vrije ruimte valt).

Vergoeding of verstrekking; derdenprijs
Geeft u geen korting, maar vergoedt of verstrekt u branche-eigen producten aan werknemers, dan geldt als regel dat u de derdenprijs hanteert. Dit is de prijs die een derde voor het producten zou moeten betalen.

In het belastingplan 2020 is nu voorgesteld de waarde in het economisch verkeer in beide situaties bepalend te laten zijn.

4. Gerichte vrijstelling voor VOG

Met ingang van 2020 komt er een gerichte vrijstelling voor de vergoeding van de kosten van het aanvragen van een verklaring omtrent gedrag (VOG). Veel werkgevers vergoeden deze kosten en brengen deze vervolgens ten laste van de vrije ruimte, zodat de werknemer geen heffing is verschuldigd over de vergoeding. Met de maatregel komt de vergoeding niet meer ten laste van de vrije ruimte, zodat er meer ruimte overblijft voor andere vergoedingen en verstrekkingen.

Wilt u advies over dit onderwerp specifiek voor uw persoonlijke situatie?
Laat het ons weten.

Maak een afspraak